“De man die tijdens het eten naast haar moeder aan tafel zat, was positief getest op corona”

Henriette haar moeder heeft afasie en woont in een verpleeghuis, een zorginstelling die door de uitbraak van het coronavirus volledig op slot ging. Henriette deelt graag haar ervaring over de afgelopen periode namens haarzelf en haar moeder.

De moeder van Henriette wordt omschreven als een ontzettend sympathieke vrouw, die heel communicatief is, maar nu vooral met haar gezicht en ogen spreekt. Vroeger was zij werkzaam in het onderwijs waar zij de laatste jaren werkte op een school voor moeilijk lerende kinderen. Negen jaar geleden werd zij getroffen door een heel zwaar herseninfarct. Sindsdien is zij halfzijdig verlamd en heeft zij afasie. In het ziekenhuis werd meteen duidelijk dat zij niet meer thuis kon wonen.

Sinds de moeder van Henriette afasie heeft, is er erg veel veranderd. Zij is van een ontzettend zelfstandige, intelligente vrouw die communicatie heel belangrijk vond, veranderd in een persoon die volledig afhankelijk is van anderen. Intelligent is zij nog steeds en haar geheugen functioneert nog prima. Zij kan echter alleen nog maar ‘ja’, ‘nee’, ‘daag’ en ‘die je denkt’ zeggen. In het begin was haar moeder ook behoorlijk dyspractisch. In combinatie met haar afasie maakte dat het behoorlijk lastig om te begrijpen wat zij bedoelde. Uiteraard zorgde dat soms voor frustratie. Haar dyspraxie trok langzamerhand weer weg, maar toen het verpleeghuis weer gedeeltelijk open ging en Henriette weer op bezoek kon, zag zij hier een kleine terugval in. Gelukkig zijn er inmiddels meer versoepelingen en gaat het weer merkbaar beter.

18 maart ging het verpleeghuis volledig op slot. Haar moeder zit op de begane grond, maar het leek Henriette dramatisch om voor het raam te gaan staan, dus ging zij in het begin niet op bezoek. Drie dagen nadat het verpleeghuis gesloten was, kreeg Henriette een telefoontje van de verpleging: de man die tijdens het eten naast haar moeder aan tafel zat, was positief getest op corona. “Toen dacht ik: ‘Dichterbij dan dit, kan het niet komen?! De sluipmoordenaar is binnen?!’” vertelt Henriette. De twee weken na het telefoontje waren extra spannend, maar gelukkig heeft haar moeder geen corona gekregen. Het bericht dat de man naast haar corona had, hakte er behoorlijk in bij haar moeder. Henriette belde haar meteen, probeerde door de telefoon dingen te zeggen waar ze iets aan had, maar dat was lastig. Toen Henriette vroeg: “Wil je dat ik kom?” antwoordde ze heel duidelijk: “JA!” Henriette wilde direct naar haar toe. Maar wat kun doen in zo’n situatie als je niet naar binnen kunt? Hoe troost je iemand voor het raam? Iemand die niet kan zeggen hoe ze zich voelt en die niet kan zeggen wat er door haar heen gaat na zo’n heftig bericht? Hoewel ze al zo’n 40 jaar haar blokfluit niet had aangeraakt, moest Henriette daaraan denken. Ze rende de trap op, trok haar blokfluit uit de kast, en ging zo snel als ze kon naar haar moeder. Al fluitend liep ze via de tuin naar haar moeder. De tuindeuren werden op een kiertje gezet, en Henriette floot tot haar moeder rustig werd. Ja, wat moet je?

Vanaf dat moment ging Henriette vaker bij haar moeder op raambezoek. Ze vond het prettiger dan ze gedacht had, en ook haar moeder vond het fijn om elkaar te zien en op deze manier contact te hebben. Helaas ontdekte Henriette vrij kort daarna dat het ook hard nodig was dat zij geregeld langs kwam. Niet alleen om elkaar dan toch even te kunnen zien, maar ook om ervoor te zorgen dat haar moeder de zorg kreeg die zij verdient. Op een dag had Henriette een lekkere Spaanse tortilla voor de hele afdeling gebakken. Ze bracht die iets voor etenstijd, zodat ze die nog lekker warm op konden eten. Toen bleek dat haar moeder op dat moment naar bed gebracht werd, terwijl zij al 2,5 uur daarvoor moe en uitgezeten was. Bovendien stond 2,5 uur daarvoor haar verlamde voet niet goed, wat haar veel pijn bezorgt. Henriette had spijt als haren op haar hoofd dat zij die middag niet stiekem de voet van haar moeder had goed gezet door de deuropening. Wanneer haar moeder gewoon had kunnen praten, was dit allemaal niet gebeurd. Hoe een grote handicap is afasie dan in zo’n situatie waarin je volledig afhankelijk bent van anderen?
Volgens Henriette zijn er drie dingen belangrijk voor mensen die in een verpleeghuis werken; observatievermogen, empathie en gezond verstand. Als je goed observeert, je inleeft en een beetje nadenkt, kun je een heel eind komen. Helaas beheersen te weinig mensen die voor haar moeder zorgen deze kwaliteiten.

Vanaf het moment dat Henriette ontdekte dat haar moeder niet op tijd naar bed gebracht was, gingen zij en haar man minimaal twee keer per dag naar haar moeder om haar zo nodig te ondersteunen in haar communicatie zodat ze de zorg kreeg die nodig was. Zij konden op het raam kloppen, gebaren, en wanneer er niemand was, konden ze naar de afdeling bellen en vragen of ze haar moeder wilden helpen. Eén verzorgster riep wel eens: ‘daar zit de controle weer’. Helaas was het nodig. De moeder van Henriette wil niemand tot last zijn, en drukt niet snel zelf op de alarmknop. Eén keer kwam Henriette een kwartier later dan haar man aan, en vertelde haar man dat hij niet wist waar moeder was. Hij zag haar niet, ze nam de telefoon niet op en de verzorgers zaten koffie te drinken. Moeder bleek voor de wastafel te zitten; haar telefoon hadden ze op het nachtkastje laten liggen.

Door corona vielen veel sociale contacten weg voor haar moeder. De meeste mensen zagen tuinbezoek niet zitten. Ze kreeg wel meer kaarten. Maar niemand van de verzorging gaf aan van wie. Haar moeder kon het zelf niet vertellen. Dus daar konden ze het niet gezellig over hebben. Om haar dag op te leuken, gingen Henriette, haar man en zoontje iedere dag voorlezen, door de telefoon. Zeker als haar kleinzoon voorlas, reageerde oma erg enthousiast.

Minder sociale contacten maar wel een vollere woonkamer. De activiteiten waar de andere bewoners naar toe gingen, waren gecanceld. Zowel fysiotherapie als dagbesteding. De woonkamer zat dus steeds behoorlijk vol. Gelukkig begreep haar moeder de situatie rondom het virus heel goed. Henriette en haar moeder belden meestal na een persconferentie. Als er dan gezegd was dat verpleeghuizen nog dicht moesten blijven, baalde Henriette daar natuurlijk wel van. Haar moeder zei dan “Ja, die je denkt, maar die je denkt”. Zo van, ja, het is jammer, maar het is wel verstandig. Dat begrip werd langzamerhand wel minder toen het van een intelligente lockdown naar een willekeurige lockdown ging. Dat de kappers eerder opengingen dan de sportscholen, raakte Henriette niet persoonlijk. Maar dat de trombosedienstdame uitgebreid koffie zat te drinken bij haar moeder in de woonkamer, terwijl zij bij ‘ik weet niet hoeveel mensen op ik weet niet hoeveel afdelingen in ik weet niet hoeveel organisaties’ kwam binnen anderhalve meter omdat ze anders geen bloed kan prikken, zonder mondkapje, was moeilijk te verteren. Toen Henriette weer op bezoek mocht, had zij 13 weken lang niemand ontmoet binnen 1,5 meter buiten haar man en zoon. En zij mocht 30 minuten op bezoek, met mondkapje, en mocht geen kopje thee drinken, terwijl haar moeder er op zat te kijken om weer gewoon samen een kopje thee te drinken. Dat was op een bepaalde manier moeilijker dan toen het verpleeghuis gesloten was voor bezoek. Voor allebei.

Wat de moeder van Henriette nog meer gemist heeft sinds de uitbraak van het virus? Voor haar was het waarschijnlijk heel lastig dat er iemand weg viel waar zij altijd op terug kon vallen. Henriette probeerde wel zoveel mogelijk te ondersteunen op afstand, maar die afstand was wel een beperking. Henriette kan haar moeder goed aflezen, maar pas toen zij weer ècht bij haar moeder kon zitten en ècht contact kon maken, kon ze aan haar moeder vragen: ‘mam, hoe gaat het nou echt met je?’ Toen zei haar moeder met een zucht ‘Die je denkt’. En gaf ze aan dat het niet goed ging. Henriette haar moeder is heel positief ingesteld, en begroet je altijd heel enthousiast. Vanaf het moment dat Henriette weer op bezoek kon, hadden ze contact op een dieper level, anders dan normaal, meer gevoelscontact zoals Henriette het omschrijft. Naar Henriette toe kan haar moeder laten zien hoe zij zich zowel fysiek als emotioneel voelt, dat doet ze lang niet bij iedereen. Maar het hebben van contact op deze manier lukt gewoon niet door een raam heen.        

Henriette had al eerder fotokaarten gemaakt voor de verzorging, om de afasie van haar moeder enigszins te ondervangen. Kaarten met daarop dingen die belangrijk zijn bij de verzorging van haar moeder. Bijvoorbeeld een instructie voor het neerzetten van de verlamde voet; met foto’s. En ook een kaart met het verzoek Henriette te bellen wanneer haar moeder bijvoorbeeld emotioneel is, niet lekker of wanneer ze haar moeder niet begrijpen. De verzorgers hebben een paar keer gebeld tijdens de lockdown als ze er niet uitkwamen wat haar moeder bedoelde. Dan stond Henriette binnen 10 minuten voor het raam, deden ze het raam en de gordijnen open, en probeerden ze er samen uit te komen. Inmiddels mag Henriette weer gewoon bij haar moeder op bezoek zonder afspraak te hoeven maken, en zo lang ze maar wil.

Er is dus enorm veel veranderd sinds de uitbraak van het virus. Vooral de manier waarop je er voor elkaar bent. Dingen die vanzelfsprekend waren, zijn dat niet meer. Haar moeder is nog altijd blij en enthousiast als ze komt, maar Henriette heeft het gevoel dat ze nòg blijer is om haar te zien dan voorheen. Henriette heeft opnieuw gekozen om een aantal dingen te doen voor haar moeder, die na negen jaar vanzelfsprekend geworden waren. Zoals het doen van de was, maar zeker ook het badderen iedere week. Ook daarbij ervaart ze op een ander level contact heeft met haar moeder. Intenser, en minder verbaal.

Henriette zelf is orthopedagoog en noemt zichzelf ook wel speeldokter. Ze heeft van haar moeder ontzettend veel meegekregen over hoe je kinderen kunt stimuleren. Maar ook heeft zij de nieuwsgierigheid van haar moeder mee gekregen om uit te puzzelen wat er speelt bij een kind, wanneer de ontwikkeling anders verloopt. En om uit te puzzelen hoe je daar op in kunt spelen. Zij kijkt met andere ogen naar spelletjes, en gebruikt die graag om kinderen in hun ontwikkeling te ondersteunen en te stimuleren. Daar geeft Henriette trainingen over aan kindercoaches en mensen die in het onderwijs werken.

Voor Henriette is er sinds haar moeder afasie heeft ook behoorlijk wat veranderd. Zij noemt zichzelf geen mantelzorger maar zij doet wel heel veel voor haar moeder. Doordat haar moeder alleen kan zeggen: ‘Ja’, ‘Nee’, ‘Daag’ en met ‘die je denkt’ verder alles probeert duidelijk te maken, is Henriette haar spreekbuis bij artsvisites, ergotherapeut, tandarts, rolstoeltechnicus, kapper en mondhygiëniste. Zelf zegt Henriette dat als haar moeder geen afasie had, dit niet nodig was geweest. Dan kon haar moeder alles zeggen wat zij wilde, maar en nu is Henriette toch een soort vertaalcomputer voor haar. Het is dan ook vanwege haar afasie dat Henriette zich geroepen voelt om er op deze manier voor haar moeder te zijn. Hierdoor is de inrichting van haar leven wel compleet anders geworden. Haar moeder kreeg een infarct toen Henriette haar zoontje bijna anderhalf was. Daarvoor kwam zij regelmatig oppassen wanneer Henriette moest werken. Wat wel mooi is, is dat haar moeder inmiddels weer contact heeft met haar zoontje op de manier zoals het was voor het infarct, hun relatie is heel goed. Henriette ging dus van werkende moeder naar een dochter die er is voor haar moeder. Dat probeert ze dan weer in balans te brengen met er zijn voor haar eigen gezin en daar komt haar werk nog bij.

Henriette was er altijd al veel voor haar moeder sinds haar herseninfarct, en sinds de uitbraak van het virus nog steeds, maar wel op een andere manier. Gewoon je eigen leven leiden, viel helemaal weg door corona. Op de tuindeuren van het verpleeghuis werden aan het begin van de lockdown stickers geplakt met: ‘wij zorgen voor elkaar’. Dat gaf in eerste instantie een goed gevoel; het voelde zorgzaam. Naarmate het verpleeghuis langer gesloten bleef, Henriette vaker dingen rond haar moeder mis zag gaan en het contact met de verzorging zeer beperkt was door de sluiting, kreeg ‘wij zorgen voor elkaar’ voor haar een andere lading. Het ging meer voelen als WIJ zorgen voor elkaar, in de zin van: wij doen dat zonder jullie. Het teamgevoel, dat je had met de verzorging verdween. Wat dat betreft is ze dan ook heel blij dat het verpleeghuis weer open is en dat ze weer mee kan helpen met de zorg voor haar moeder; dat ze het weer samen kunnen doen. Ze heeft nu het gevoel dat haar moeder meer aangeeft dat ze daar ook echt blij mee is.

Henriette heeft tijdens de sluiting van het verpleeghuis vooral gemist dat ze er echt voor haar moeder kon zijn. Het echte contact met haar moeder, maar ook gewoon contact met het verzorgend en ondersteunend personeel. Henriette had nu bijvoorbeeld niet de mogelijkheid om nieuw personeel en invalkrachten dingen te vertellen die voor haar moeder belangrijk zijn; iets wat haar moeder zelf helaas ook niet kan aangeven. Een goede verpleegkundige zei ooit dat ze twee jaar nodig had gehad om de moeder van Henriette goed te kunnen begrijpen. Dan is het wel fijn en belangrijk als nieuw personeel op de juiste manier ingewerkt wordt. Helaas merkte Henriette dat de fotokaarten niet eens gebruikt werden.

Wat Henriette ook miste, was “er zijn”. Voorheen zat Henriette soms naast haar moeder mee televisie te kijken. Gewoon samen TV kijken met een kopje thee. Gaat nergens over; je doet eigenlijk niks, maar je bent er. En dat was gewoon fijn. Haar moeder vindt het fijn om je hand vast te houden, als je naast haar zit. Zulke gewone dingen, konden nu niet. Tegenwoordig zet haar moeder de televisie uit wanneer Henriette er is; de momenten samen gaan nu echt om kwali-tijd; om in contact zijn met elkaar.

Wat deze periode verder heeft opgeleverd? Het iedere avond voorlezen houden ze er wel in. De vraag wat corona haar nog meer heeft gebracht, zette Henriette aan het denken. Heel veel dingen waren vanzelfsprekend, wanneer je al negen jaar lang de was doet, dan zeg je niet van de één op de andere dag ik doe de was niet meer. Maar wanneer het doen van de was door het coronavirus ingewikkelder is geworden, kan je er natuurlijk voor kiezen het niet meer te doen. De afgelopen negen jaar heeft Henriette ooit wel eens een momentje gehad dat ze niet heel veel zin had om haar moeder te gaan badderen. Niet gek als je dat al negen jaar iedere week doet. Door corona kon ze niet meer badderen, maar nu is Henriette juist heel erg blij dat ze dit voor haar moeder kan doen. Henriette heeft er weer opnieuw voor gekozen om er op deze manier voor haar moeder te willen zijn. Ja, dat heeft corona wel gebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *